Alumni

In 2019 is het JON 60 jaar, en zal er een jubileumactiviteit georganiseerd worden! In de aanloop daar naartoe stellen we de komende tijd oud-JONners voor. Hoe hebben ze hun  tijd bij het JON ervaren en waar zijn ze daarna terecht gekomen? Lees het hier!

Sytze Pruiksma op Oerol!

Het was een zonnige dag in de zomer van 1991 en slagerszoon Sytze Pruiksma vierde vakantie als een echte Fries: met zijn toenmalige vriendin dobberde hij in een zeilboot over de Friese meren. In het dorpje Heeg zag hij op de kade trombonist Remko de Jager zijn krantenwijk fietsen. 'Waarom ga je niet mee met het JeugdOrkest Nederland naar Schotland?,' riep Remko Sytze over het water toe. 'Ze zoeken nog een slagwerker, de repetities beginnen dit weekend.' Sytze moest even nadenken maar hij besloot zijn vriend te volgen. Hij zette koers terug naar Workum, pakte zijn spullen en stokken en nam de trein naar Nijverdal.

Sytze Pruiksma, slagwerker in het JON van 1991 tot en met 1996, opereert tegenwoordig met klassiek instrumentarium op de grens van natuur, wetenschap en muziek. Hij is een van de vaste gezichten van het Oerol Festival op Terschelling, waar hij jaarlijks schrijver Pieter-Bas van Wiechen, tevens oud-orkestlid, treft. Samen gaan ze in gedachten terug naar Nijverdal.

Daar wachtte hem een totale cultuurshock: 'Ik had nog nooit een strijker gezien want ik kom uit een blaascultuur en hier zag ik ineens teddyberen naast lessenaars liggen. Ik had lang haar en speelde in Friese blaasorkesten en popbands, een wereld waar geen viool te bekennen was.' Bij een biertje op de Westerkeyn, het centrale festivalterrein van Oerol, vertelt Sytze als een kleine jongen hoe groot zijn drumstel was, in de lucht gaan zijn onzichtbare stokjes een schier eindeloze reeks trommels en bekkens langs.

Sytze werd in Nijverdal meteen aan het werk gezet met de klokkenspel-, xylofoon- en celestapartij in het stuk Jour de fête van Kees Olthuis. ‘Tijdens die eerste repetitie heb ik geen noot geraakt, ik was steeds te laat en zag dirigent Alexander Vakoulsky en opperslagwerker Frank Aarnink bedenkelijk kijken: deze jongen kan misschien wel drummen, maar xylofoon spelen ho maar.’ Er moest wat gebeuren dus sleurde Sytze ‘s avonds het klokkenspel, de xylofoon en de celesta een douchecel in. ‘Daar heb ik toen de hele nacht gestudeerd.’ De volgende dag kon Sytze het stuk met dikke wallen onder zijn ogen spelen. Hij mocht blijven.

Terwijl hij het in het orkest schopte tot paukenist twijfelde hij hevig over zijn studiekeuze: biologie of toch slagwerk? Het werd dat laatste maar de biologie is nooit ver weg in zijn werk. Sytze maakt muziektheater waarbij hij veel buiten speelt en waarbij landschap en vogels grote inspiratiebronnen zijn. Als slagwerker en muzikaal dramaturg werkt hij onder meer met Tryater, Orkater, Via Berlin, het Ragazze Quartet en natuurlijk zijn levenspartner Nynke Laverman die hij als sinds haar Friese fadoproductie Sielesalt in 2004 begeleidt.

Al staat het slagwerk van Sytze tegenwoordig vaker in het open veld of in het mulle zand of het strand, het JeugdOrkest Nederland ligt nog altijd aan basis van wat hij nu doet. ‘Mijn liefde voor de pauken is er begonnen en het spelen in orkesten zijn voor mij onuitwisbare invloeden en herinneringen aan die geweldige tournees...’

Sytzes ogen beginnen ondeugend te stralen en hij begint over een Schots avontuur waarbij de slagwerkgroep samen speelde met de lokale doedelzakband van de politie. Na een repetitie en de nodige borrels zetten de agenten de JONners onder begeleiding van sirenes af bij de jeugdherberg, orkestmoeder Anneke van Nes een hardverzakking bezorgend.

Helma van den Brink

Welk lid van het JeugdOrkest Nederland droomt er niet van, als hij het podium van Het Concertgebouw oploopt?
Stel je voor dat ik hier ooit elke dag mag spelen, als lid van het Concertgebouworkest. Bij vijf JONners kwam deze droom uit, zij spelen op dit moment in het KCO. Fagottist Helma van den Brink is een van hen.

Ik spreek Helma in de pauze tussen twee repetities in. Eigenlijk schamen we ons beiden een beetje. Drie dagen geleden schreef een aantal leden van het Jeugdorkest Nederland 2016 geschiedenis door met het Concertgebouworkest mee te spelen. Ik zat niet in de zaal en Helma niet op het podium. Een deadline (voor mij) en een nieuw huis (voor Helma) waren de schuldigen. “Ik vraag mij nog steeds af hoe dit heeft kunnen gebeuren,” verzucht ze. “Een collega wilde die week heel graag spelen en is toen ingedeeld. Ik keek in mijn agenda en dacht: Fijn, heb ik alle tijd om te verhuizen. Stom achteraf.”

Als er iemand een groot hart voor het JON heeft is Helma het wel, blijkt al snel. Ze was orkestlid van 1996 tot en met 2001. Helma is er niet alleen muzikaal maar ook sociaal gegroeid. “Het JON was zo ongeveer het eerste dat ik zonder mijn tweelingzus Loortje deed. Ik kon me dus niet meer achter haar verschuilen of samen sterk zijn. Ik moest voor het eerst in mijn eentje contacten leggen.” Dat vond Helma nog spannender dan de eerste noten.

De fagottiste wist al op jonge leeftijd dat ze verder wilde in de muziek en dus ging alle energie daarheen. Doordat Helma en haar zus Loortje beiden vaak op en neer moesten naar Den Haag zaten ze vanaf hun vijftiende op het volwassenenonderwijs in Eindhoven. “Het JON heeft mij op sociaal gebied eigenlijk gered.”

Vriendschappen met mensen van mijn leeftijd, mijn eerste biertje, mijn eerste vriendje. Ik heb er twee keer een verkering aan overgehouden en mijn beste vriendin komt ook uit het JON. De meeste goede vrienden die ik heb zijn oud-orkestleden.”

Vrij snel na het JON volgde het Concertgebouworkest. Helma werd al op haar drieëntwintigste aangenomen. “Ik wist dat mijn voorganger Kees Olthuis ooit met pensioen zou gaan en toen heb ik twee jaar lang alle schnabbels afgezegd en alleen audities gedaan bij allerlei orkesten, allemaal om de orkestfragmenten en de solostukken te spelen en om te ervaren hoe die audities werken.”

Een droombaan met een droomleven en geen enkel Nederlands orkest gaat zo vaak op tournee als het Concertgebouworkest. Blijft de JON-sfeer daardoor stiekem een beetje overeind? “Als we op tournee zijn komt het sfeertje regelmatig terug. Zijn we in Amsterdam dan gaat iedereen zijn eigen weg.”

Wat heb je met een baan bij in het Concertgebouworkest verder nog te wensen? Helma denkt even na en dan antwoordt ze: “Ik hou enorm van de plek waar ik nu zit. Ik hoop in de toekomst vaker les te geven en soms denk ik er weleens aan hoe het zou zijn om ergens solofagottist te worden.” Wat betreft het JON zijn haar ambities kraakhelder: “Ik was al eerste fagottist van het JON en heb zowel in het jongeren- als het grotemensenbestuur gezeten. Het enige dat ik nog zielsgraag een keer zou willen is solo met ze spelen, dat lijkt mij echt te gek!”

JONner in het mekka van de Jazz

New York, Durban, Paramaribo, Londen of Rotterdam. Yannick Hiwat heeft niet te klagen. Overal speelt hij en niet met de minsten. Tussen zijn beste optredens ooit staat er ook een met het JeugdOrkest Nederland. 'Toen wist ik het meteen: ik wil orkestmusicus worden.' Het liep heel anders.

Een orkestbaan. Lang leek dat het voorland van Yannick Hiwat (1988). Hij wist als eerstejaars conservatoriumstudent zelfs een orkestbaan in Durban, Zuid-Afrika, te bemachtigen. 'Supergaaf natuurlijk maar na twee jaar wilde ik toch verder studeren. Toen ik na dit avontuur weer in Nederland was, begon ik te twijfelen: kan ik in een orkest het beste vertellen wat ik te zeggen heb?'

Ik ontmoet Yannick in zijn tijdelijke tweede huis: De Doelen in Rotterdam. Hij stelt daar dit jaar als 'artist-in-residence' een aantal programma's samen. Het hoogtepunt wordt een eendaags festival in november waarin hij zelf bijna onafgebroken op het toneel zal staan. 'Dat keihard werken en tegelijkertijd plezier hebben, is iets dat ik heb geleerd bij het JON. Ik vind dat nog altijd heel belangrijk. Als ik iets niet wil, is het uitgeblust raken.'

Yannick kwam als jongen van vijftien in 2004 in het JON. 'De reputatie was het orkest al vooruitgesneld. De machtige verhalen bleken te kloppen, ik heb veel meegemaakt en veel gedaan wat misschien niet allemaal geschikt is voor publicatie, hahaha.'

De eerste tournee die Yannick met het orkest maakte, ging naar Berlijn. Op het programma: Strauss' Tod und Verklärung en Mahlers Vierde symfonie. 'Het orkest was toen echt op de toppen van zijn kunnen met allemaal supergoede mensen op de belangrijke plekken,' vertelt Yannick. 'Het concert dat we gaven in het Konzerthaus in Berlijn behoort nog altijd tot een van de allergaafste uit mijn leven: zo goed.'

Fan van André Rieu

Als kleine jongen speelde hij blokfluit, de dwarsfluit leek een logisch gevolg tot hij op televisie een violist zag: 'Dat was uhh... André Rieu', zegt hij enigszins beschaamd lachend. 'Tot mijn zevende was ik een enorme Rieu-fan. Totdat ik eindelijk zijn partij uit Sjostakovitsj' Tweede Wals mocht spelen, toen kwam ik erachter dat het helemaal niet zo moeilijk is wat hij op zijn viool doet.'

Yannick ging uiteindelijk studeren bij Thijs Kramer, de inmiddels haast legendarische repetitor van de eerste violen van het JON. Het was Thijs Kramer die hem het laatste zetje richting de jazz gaf. 'Toen ik terugkwam uit Zuid-Afrika en veel interessante improvisatieoptredens had, zei hij dat het anno 2007 niet zo'n gek idee was de jazzkant op te gaan.'

Yannick was met improviseren begonnen op de Havo voor Muziek en Dans in Rotterdam. 'We zaten daar samen in de klas: funk-drummers, metal-gitaristen, popzangeressen en klassieke pianisten. Vakken als Nederlands waren eigenlijk een noodzakelijk kwaad. We gingen liever de hele dag jammen dwars door alle genres heen.'

Zeven snaren vrijheid

Yannick dook steeds dieper in de jazz en vond er de vrijheid. Spelend reist hij inmiddels de wereld over van Suriname, het land van zijn voorouders, tot het mekka van de jazz: New York. Daar speelt hij met uiteenlopende muzikanten. Op zijn palmares: Snarky Puppy en leden van The Vanguard, de band van d'Angelo. Ook experimenteert hij met het instrument viool. Na een zes-snarige bespeelt hij nu ook een zeven-snarige viool.

Het JON is niet verdwenen en het fenomeen orkest blijft hem trekken. 'Ik heb zelf het Ananse Orchestra opgericht, dat is een soort Metropole Orkest dat vooral zwarte muziek speelt en sinds kort speel ik ook weer in een klassiek orkest: Chineke! Orchestra in Londen, te gek om dat weer te doen.'

————————————————————————————-
Teksten: Pieter-Bas van Wiechen

Ben jij ook oud-JONner, en word je graag op de hoogte gehouden van bijvoorbeeld het 60-jarig jubileum in 2019? Geef dan je e-mailadres door via info@jeugdorkest.nl