Dubbelinterview met Eva en Valentine

Valentine Blangé en Eva Lagemaat spelen allebei regelmatig viool in zowel het JeugdOrkest Nederland als het Nationaal Jeugd Orkest. Hoe zij de doorlopende leerlijn tussen het JON en NJO ervaren delen wij graag met jullie in dit dubbelinterview.

Hoe oud ben je en wat doe je voor opleiding?
Valentine: ik ben 18 jaar oud en ik zit in 6vwo op de School voor Jong Talent op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.
Eva: Ik ben 19 jaar oud en zit in mijn tweede jaar van International Studies aan de Universiteit van Leiden. Daarnaast doe ik Practicum Musicae, een minor waarbij je hoofdvakles krijgt op het Conservatorium van Den Haag en een theorievak volgt.

Wat wil je in de toekomst gaan doen?
Valentine: Volgend jaar wil ik graag viool gaan studeren aan een conservatorium, ik ben er nog niet helemaal uit waar precies. Uiteindelijk hoop ik van muziek mijn beroep te kunnen maken.
Eva: Dat weet ik nog niet helemaal zeker. Ik wil sowieso mijn beide interesses gaan combineren, maar ik weet nog niet hoe.

Wanneer ben je bij het JON gekomen?
Valentine: Zodra het mocht, op mijn 14e, heb ik auditie gedaan voor het JON. Dit is dus mijn vierde jaar in het orkest.
Eva: Ik ben in 2013 in het JON gekomen en ik ben er weer uitgegaan na afgelopen Zomertournee naar Tsjechië. Vervolgens heb ik nog wel ingevallen tijdens de Wintertournee.

Wanneer heb je meegespeeld bij het NJO, en hoe is dat gegaan?
Valentine: Ik heb met de Wintertournee vorig jaar meegespeeld bij de tweede violen, en dit jaar bij de eerste. Via het JON werd ik gevraagd om mee te doen en ik zei meteen ja, want het leek me een ontzettend leuke en leerzame ervaring. En dat was het zeker!
Eva: Vorig jaar winter heb ik mee mogen doen met het NJO, doordat ik gevraagd was via het JON. Deze Wintertournee mocht ik weer meespelen via het JON. Juist omdat ik al zoveel orkestervaring op had gedaan bij het JON, ging het bij het NJO eigenlijk wel goed. Ik had het heel erg naar mijn zin en heb ontzettend veel geleerd.

Wat is het verschil tussen spelen bij het JON en het NJO?
Valentine: Bij het JON ben ik een van de oudste orkestleden, bij het NJO was ik de jongste. Daardoor zit je er wel op een andere manier in; bij het JON is het heel motiverend en leuk om samen te spelen en om te gaan met leeftijdgenoten die met hetzelfde bezig zijn als ikzelf, en bij het NJO kon ik me heel erg optrekken aan de andere orkestleden. Zij zitten in een traject dat voor mij nog moet beginnen, en dat was voor mij heel interessant en motiverend.
Eva: Bij het NJO is iedereen wat ouder en doet iedereen conservatorium. Daarom wordt er ook op een zelfstandigere manier gewerkt. Er zijn geen doorspeeldagen of studieweekenden. Dus bij het begin van de wintertournee moet je eigenlijk al zo voorbereid zijn dat je het stuk ontzettend goed kent. Bij het JON is er dus veel meer ruimte om het stuk rustig te leren kennen.

Wat vind je leuk bij het JON en NJO?
Valentine: Wat bij beide orkesten heel erg leuk en speciaal is, is het enthousiasme van je orkestgenoten. Je merkt echt dat iedereen die meespeelt dat doet vanuit hun passie en liefde voor de muziek, en dat zorgt voor een hele bijzondere en supergoede sfeer.
Eva: Ik heb er ontzettend van genoten om bij het JON te spelen, omdat ik toen heel veel mensen van mijn leeftijd heb ontmoet die ook zo veel bezig waren met muziek maken. Bovendien zijn we op bijzondere plekken geweest met concerten en tournees en heb ik mijn allereerste grote symfonieën mogen spelen. Wat ik leuk vind aan het NJO is dat er veel verschillende nationaliteiten in zitten, doordat er veel buitenlandse musici studeren aan Nederlandse conservatoria. Daarbij is er veel tijd om helemaal in de muziek te duiken en elk detail te behandelen. Daar heb ik heel veel van geleerd.

Denk je dat het voor jonge musici nuttig is om eerst bij het JON en daarna bij het NJO te spelen?
Valentine: Absoluut! Ik merkte zelf dat ik bij het NJO heel veel had aan de dingen die ik bij het JON heb geleerd op het gebied van orkestspel. Het was fijn dat ik dankzij het JON al zo veel ervaring had met het spelen in een serieus orkest, en met dingen als het reageren op de aanwijzingen van de dirigent en het functioneren in een groep.
Eva: Zeker! Bij het NJO wordt er van je verwacht dat je heel goed in een groep kan spelen en op de dirigent kunt reageren, terwijl er bij het JON nog veel ruimte is om dat goed te leren.

Heb je nog tips voor musici die bij het JON of NJO willen spelen?
Valentine: Het allerbelangrijkste is dat je er voor de volle 100% voor gaat. Het is namelijk niet makkelijk: je moet veel reizen, hard repeteren en ieder concert weer een topprestatie leveren met volle concentratie. Maar als je muziek maken het leukste vindt wat er is, dan krijg je de energie die je erin stopt er dubbel en dwars weer voor terug!
Eva: Ik zou zo vroeg mogelijk beginnen met in een orkest spelen. Ik ben zelf toen ik acht was al begonnen in een regionaal jeugdorkest. Daar heb ik mijn eerste orkestervaring opgedaan. En voor de rest is mijn tip: vooral heel hard studeren voor je auditie, en dan komt het vast helemaal goed!

 

Foto Eva: Roelof Rump