Portret: Yannick Hiwat

In een serie portretten stellen oud-JONners voor. Hoe hebben ze hun tijd bij het JON ervaren en waar zijn ze daarna terechtgekomen? Vandaag portret 2: Yannick Hiwat!

JONner in het mekka van de Jazz

New York, Durban, Paramaribo, Londen of Rotterdam. Yannick Hiwat heeft niet te klagen. Overal speelt hij en niet met de minsten. Tussen zijn beste optredens ooit staat er ook een met het JeugdOrkest Nederland. ‘Toen wist ik het meteen: ik wil orkestmusicus worden.’ Het liep heel anders.

Een orkestbaan. Lang leek dat het voorland van Yannick Hiwat (1988). Hij wist als eerstejaars conservatoriumstudent zelfs een orkestbaan in Durban, Zuid-Afrika, te bemachtigen. ‘Supergaaf natuurlijk maar na twee jaar wilde ik toch verder studeren. Toen ik na dit avontuur weer in Nederland was, begon ik te twijfelen: kan ik in een orkest het beste vertellen wat ik te zeggen heb?’

Ik ontmoet Yannick in zijn tijdelijke tweede huis: De Doelen in Rotterdam. Hij stelt daar dit jaar als ‘artist-in-residence’ een aantal programma’s samen. Het hoogtepunt wordt een eendaags festival in november waarin hij zelf bijna onafgebroken op het toneel zal staan. ‘Dat keihard werken en tegelijkertijd plezier hebben, is iets dat ik heb geleerd bij het JON. Ik vind dat nog altijd heel belangrijk. Als ik iets niet wil, is het uitgeblust raken.’

Yannick kwam als jongen van vijftien in 2004 in het JON. ‘De reputatie was het orkest al vooruitgesneld. De machtige verhalen bleken te kloppen, ik heb veel meegemaakt en veel gedaan wat misschien niet allemaal geschikt is voor publicatie, hahaha.’

De eerste tournee die Yannick met het orkest maakte, ging naar Berlijn. Op het programma: Strauss’ Tod und Verklärung en Mahlers Vierde symfonie. ‘Het orkest was toen echt op de toppen van zijn kunnen met allemaal supergoede mensen op de belangrijke plekken,’ vertelt Yannick. ‘Het concert dat we gaven in het Konzerthaus in Berlijn behoort nog altijd tot een van de allergaafste uit mijn leven: zo goed.’

Fan van André Rieu

Als kleine jongen speelde hij blokfluit, de dwarsfluit leek een logisch gevolg tot hij op televisie een violist zag: ‘Dat was uhh… André Rieu’, zegt hij enigszins beschaamd lachend. ‘Tot mijn zevende was ik een enorme Rieu-fan. Totdat ik eindelijk zijn partij uit Sjostakovitsj’ Tweede Wals mocht spelen, toen kwam ik erachter dat het helemaal niet zo moeilijk is wat hij op zijn viool doet.’

Yannick ging uiteindelijk studeren bij Thijs Kramer, de inmiddels haast legendarische repetitor van de eerste violen van het JON. Het was Thijs Kramer die hem het laatste zetje richting de jazz gaf. ‘Toen ik terugkwam uit Zuid-Afrika en veel interessante improvisatieoptredens had, zei hij dat het anno 2007 niet zo’n gek idee was de jazzkant op te gaan.’

Yannick was met improviseren begonnen op de Havo voor Muziek en Dans in Rotterdam. ‘We zaten daar samen in de klas: funk-drummers, metal-gitaristen, popzangeressen en klassieke pianisten. Vakken als Nederlands waren eigenlijk een noodzakelijk kwaad. We gingen liever de hele dag jammen dwars door alle genres heen.’

Zeven snaren vrijheid

Yannick dook steeds dieper in de jazz en vond er de vrijheid. Spelend reist hij inmiddels de wereld over van Suriname, het land van zijn voorouders, tot het mekka van de jazz: New York. Daar speelt hij met uiteenlopende muzikanten. Op zijn palmares: Snarky Puppy en leden van The Vanguard, de band van d’Angelo. Ook experimenteert hij met het instrument viool. Na een zes-snarige bespeelt hij nu ook een zeven-snarige viool.

Het JON is niet verdwenen en het fenomeen orkest blijft hem trekken. ‘Ik heb zelf het Ananse Orchestra opgericht, dat is een soort Metropole Orkest dat vooral zwarte muziek speelt en sinds kort speel ik ook weer in een klassiek orkest: Chineke! Orchestra in Londen, te gek om dat weer te doen.’

—————————————————————————————————————————

Tekst & Foto: Pieter-Bas van Wiechen

Ben jij ook oud-JONner, en word je graag op de hoogte gehouden van bijvoorbeeld het 60-jarig jubileum in 2019? Geef dan je e-mailadres door via info@jeugdorkest.nl